Vrijmetselarij van 1717 tot 2017

Vrijmetselarij:  300 jaar ervaring in de bouw

De gangbare opvatting is dat de vrijmetselarij ontstond in de 17e eeuw. Het ontstaan van de vrijmetselarij had (natuurlijk) een relatie met de politieke en sociale situatie van Europa in die tijd. Het verhaal dat de vrijmetselarij is ontstaan uit operatieve bouwgilden waar zich plotseling speculatieve denkbeelden over een allegorische opvatting over de bouw ontwikkelden is niet erg geloofwaardig. Wat wel te zien was dat de samenleving zich op dat moment snel ontwikkelde en dat mensen van adel, geleerden en welgestelde burgers zich interesseren voor de bouw en dat er bij kunststenaars en ontdekkers een hernieuwde belangstelling ontstaat voor Vitruvius. De zich ontwikkelende wiskunde en de opvatting, dat de kosmos zich moet weerspiegelen in een bouwwerk, voeren tot de gedachte om het leven en de wereld te zien als een te voltooien bouwwerk. En de werktuigen die de bouwer nodig heeft worden als symbolen bijeen gebracht. 

Vrijmetselarij en geschiedschrijving staan op gespannen voet met elkaar. Historici laten het onderwerp vrijmetselarij veelal liggen en de vrijmetselarij is, al dan niet opzettelijk, vaag in haar eigen geschiedschrijving. Al met al hebben wij vrijmetselaren geen helder beeld van onze geschiedenis.

Feit is dat zich in 1717 vier loges die zich verenigden in de Grand Lodge of Westminster, die de Grand Logde of Londen zou worden en verder uitgroeide tot de grootste vrijmetselaarsorganisatie ter wereld. Feit is ook, dat er in de ritualen van de vrijmetselarij gebruiken en gewoonten van de operatieve ambachten en gilden werden overgenomen, alsmede een aantal gebruiken die geassocieerd worden met de orde van de tempeliers.

Wij willen er niet over strijden. Interessant is om vast te stellen dat in de 16e en 17e eeuw de mensen de wereld anders zagen dan wij. Ze zagen in de wereld van alledag dikwijls een verwijzing naar een andere tijd of een abstract begrip. En zo zagen ze de wereld en het leven als een symbool. Men zag dus in de alledaagse werkelijkheid een toespeling naar een àndere werkelijkheid. De vrijmetselarij koos ervoor om te verwijzen naar de bouw en de bouwmeesters als een verbeelding van leven en werken. En zo werd de bouw een morele les die niet per sé religieus hoefde te zijn. En de bouw van de Tempel van Salomo werd het grote symbool van die opvatting. 

In die tijd werd de “Koninklijke Kunst”, zoals de vrijmetselarij ook wel wordt genoemd heel letterlijk genomen. Er werd veel gebouwd in Londen en de herontdekking van Vitruvius zorgde voor een nieuwe visie op de bouw. In het werk van Vitruvius zien we de architectuur als een middel om de proporties van het menselijk lichaam te gebruiken om tot een harmonisch geheel van het bouwwerk te komen. En die harmonie wordt uitgedrukt in het beroemde plaatje van de mens die in een cirkel en een vierkant past.

download

In de nieuwe visie op de bouw krijgt de architect zijn moderne plaats en worden nieuwe technologiën en materialen ontwikkeld. De wiskunde en de meetkunde spelen een belangrijke rol. In Londen zijn talloze voorbeelden te zien van deze neoclassicistische architectuur die was voorbehouden aan  de adel en de zeer rijken. 

Tegelijkerijd bestudeerde men de mythen van de oude wereld en daar vinden we bij Plato de gedachte dat het heelal is geschapen door een bouwmeester, een mindere godheid, immers, de mens is niet volmaakt. Maar deze bouwmeester verhield zich tot de opperbouwmeester als de zichtbare wereld tot een onzichtbare wereld van ideeën. Onze zichtbare wereld wordt daarmee afhankelijk van een trancendente wereld en de chaos wordt op dezelfde wijze geordend. Met de keuze van de vrijmetselarij voor het symbool van de opperbouwmeester des heelals werd de keuze gemaakt voor een symbool dat zowel religieus als filosofisch kon zijn. In de tijd waarin een en ander onstond, lag het voor de hand dat men het symbool verbond met de godsopvattingen van die tijd. De mensen die zich bezighielden met de vrijmetselarij hadden niets te maken met ambachten of gilden en langzaam veranderde de bouwsymboliek in een lichtsymboliek.

De vrijmetselarij werd ook beïnvloed door de ideeën van de Verlichting en dan met name door de eerste seculiere gedachten die zich vanaf het begin van de 17e eeuw aandienen. 

Toen men de gezelschappen een naam moest geven kozen ze het woord “Logde”. Het woord heeft een dubbele betekenis want het slaat zowel op het gezelschap als op de plaats van samenkomst. Het wordt was duidelijk aan de bouw ontleend maar iets anders dan een sociëteit, een genootschap of een orde van wereldlijke, ridderlijke of religieuze aard.

Al snel vestigt de vrijmetselarij zich in Nederland. In 1721 wordt een loge gevestigd in Rotterdam die ook snel weer verdween. In 1735 wordt in Den Haag een loge gevestigd. Er werd met enig wantrouwen naar gekeken en niet goed bekend is wat de eerste vrijmetselaren nu precies deden in hun loges. Bekend is wel dat welgestelde en serieuze mensen zich bezighielen met deugd en broederliefde maar ook dat ze een goed broedermaal niet uit de weg gingen. broedermalen die bovendien rijkelijk voorzien waren van geestrijke dranken!

Hoe dan ook, je zou de bakermat van de  vrijmetselarij kunnen zien  als een inwijdingsgenootschap waarin tolerantie en individuele vorming in het licht van de rede centraal werden gesteld. Tegelijkertijd was er een duidelijke invloed van de Verlichting. Die invloed deed zich ook gelden in de samenlevingen van die tijd en dit leidde, bewust of onbewust, tot een aantal veranderingen. De Franse revolutie en de daarop volgende “bevrijding” van Nederland zorgde voor een nieuwe invalshoek. De Nederlandse loges stichtten een orde en het is mogelijk geen toeval dat de zich toen ontwikkelende Nederlandse grondwet van invloed was op de regels van de orde. Langzaam vindt er een verschuiving plaats van het aanvoelen en beleven van de rituelen naar de voordrachten van bouwstukken waar de welsprekendheid en wellevendheid centraal staan. En zo ontstond in de negentiende eeuwse vrijmetselarij langzaam een leerschool van deugd.

De negentiende eeuwse vrijmetselarij was een meer charitatieve organisatie waarin de leden een beter mens moesten worden en een zekere braafheid sloop naar  binnen. De redevoering over de materie, het “bouwstuk” werd geboren en daarmee de “comparitie”. 

De gebeurtenissen in de negentiende eeuw op het wereldtoneel waren ingrijpend en veroorzaakten grote veranderingen en dit had ook zijn weerslag op de vrijmetselarij in Nederland. Er ontstond een nieuwe stroming, het zogenaamde “vrijdenken”. Vrijdenken was ondogmatisch denken over maatschappelijke en levensbeschouwelijke vraagstukken. Een vrijdenker was iemand die zelfstandig zocht naar “het ware, het goede en het schone”. Hij geloofde niet bij voorbaat aan zogenoemde door God geopenbaarde waarheden of aan theologische beweringen die niet wetenschappelijk gefundeerd waren.

Deze invloeden waren wel merkbaar in de vrijmetselarij maar nog altijd was de vrijmetselarij een tamelijk ontoegankelijk gezelschap: de “upper middle class” werd mondjesmaat toegelaten in deze tijd. 

Aan het einde van de negentiende eeuw werd  in Frankrijk de eerste vrouw ingewijd: Maria Desraimes. Dit leidde tot de oprichting van een gemengde orde: de internationale orde le Droit Humain. Hiermee kwam in Nederland de discussie op gang of de vrouw deel kon uitmaken van de orde. Dit is tot op dag van vandaag nog steeds niet het geval, althans in de grootste Nederlandse orde. In Frankrijk, België en Italië bijvoorbeeld is dit wel het geval en werken de verscheidene orden daarom ook beter samen.

In de zich sterk veranderende samenlevingen van Europa kwam het proces van secularisering op gang. Soms werd de klok weer terug gezet (zoals we zagen aan het einde van de periode van de Bataafse republiek). Een en ander is verankerd in de Nederlandse grondwet maar is niet altijd even goed zichtbaar in het leven van alledag. Grappig genoeg heeft Kemal Atatürk het in 1923 het zuiverste geformuleerd. Ook in Frankrijk en Portugal wordt de scheiding tussen kerk en staat consequent doorgevoerd. In Nederland is men welwillend tegenover allerlei godsdiensten maar bijvoorbeeld in Denemarken en het Verenigd Koninkrijk is een staatsgoddienst.

Met de scheiding tussen Zuid en Noord Nederland ontstaan twee maconnieke grootmachten: Het Grootoosten van België en het Grootoosten der Nederlanden. In beide landen ontwikkelde de vrijmetselarij zich vanaf dit punt geheel anders. De Belgische vrijmetselarij werd beïnvloed door de Franse en werd steeds seculierder. Het verbod op de bespreking van politieke en religieuze onderwerpen werd geschrapt en hiermee werd de Belgische vrijmetselarij vrijzinnig, wij zouden zeggen “humanistisch”. Dit had een consequentie: de erkenning (door de andere, zich “regulier”noemende obediënties) werd ingetrokken.  En zo werd de ongelukkige scheiding tussen reguliere en niet reguliere vrijmetselarij geboren. Verder was de invloed van de vrijmetselarij op politiek en samenleving belangrijk: ze vochten voor liberale en progressieve idealen zoals het algemeen enkelvoudig stemrecht, echtscheiding, abortus, euthanasie en het homohuwelijk. 

In Nederland bleef de vrijmetselarij tamelijk conservatief. Er vestigde zich in Nederland een federatie van de internationale orde le Droit Humain en er waren wat afsplitsingen die tot andere orden leidden waarvan er een aantal nu nog bestaan. 

 

MvdH met dank aan Max de Haan